Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From groen (green) +‎ blijvend (staying)

PronunciationEdit

  • (file)

AdjectiveEdit

groenblijvend (not comparable)

  1. evergreen

InflectionEdit

Inflection of groenblijvend
uninflected groenblijvend
inflected groenblijvende
comparative
positive
predicative/adverbial groenblijvend
indefinite m./f. sing. groenblijvende
n. sing. groenblijvend
plural groenblijvende
definite groenblijvende
partitive groenblijvends