onderzoeker

DutchEdit

EtymologyEdit

From onderzoeken +‎ -er.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌɔn.dərˈzu.kər/
  • (file)
  • Hyphenation: on‧der‧zoe‧ker

NounEdit

onderzoeker m (plural onderzoekers, diminutive onderzoekertje n, feminine onderzoekster)

  1. researcher