Open main menu

Wiktionary β

Contents

DutchEdit

Etymology 1Edit

From Middle Dutch ondersoeken. Equivalent to onder- +‎ zoeken. Cognate English underseek, German untersuchen.

PronunciationEdit

VerbEdit

onderzoeken

  1. to investigate
  2. to (do) research
InflectionEdit
Inflection of onderzoeken (weak with past in -cht, prefixed)
infinitive onderzoeken
past singular onderzocht
past participle onderzocht
infinitive onderzoeken
gerund onderzoeken n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular onderzoek onderzocht
2nd person sing. (jij) onderzoekt onderzocht
2nd person sing. (u) onderzoekt onderzocht
2nd person sing. (gij) onderzoekt onderzocht
3rd person singular onderzoekt onderzocht
plural onderzoeken onderzochten
subjunctive sing.1 onderzoeke onderzochte
subjunctive plur.1 onderzoeken onderzochten
imperative sing. onderzoek
imperative plur.1 onderzoekt
participles onderzoekend onderzocht
1) Archaic.
Related termsEdit

Etymology 2Edit

Non-lemma forms.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˈɔndərzukə(n)/

NounEdit

onderzoeken

  1. Plural form of onderzoek