ontsloten

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)
  • Rhymes: -oːtən

VerbEdit

ontsloten

  1. plural past indicative and subjunctive of ontsluiten

ParticipleEdit

ontsloten

  1. past participle of ontsluiten

DeclensionEdit

Inflection of ontsloten
uninflected ontsloten
inflected ontsloten
positive
predicative/adverbial ontsloten
indefinite m./f. sing. ontsloten
n. sing. ontsloten
plural ontsloten
definite ontsloten
partitive ontslotens