ontvoerd

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)
  • Rhymes: -uːrt

ParticipleEdit

ontvoerd

  1. past participle of ontvoeren

DeclensionEdit

Inflection of ontvoerd
uninflected ontvoerd
inflected ontvoerde
positive
predicative/adverbial ontvoerd
indefinite m./f. sing. ontvoerde
n. sing. ontvoerd
plural ontvoerde
definite ontvoerde
partitive ontvoerds

AnagramsEdit