Open main menu

DutchEdit

EtymologyEdit

From smaken (to taste) +‎ -loos

PronunciationEdit

  • (file)

AdjectiveEdit

smakeloos (comparative smakelozer, superlative meest smakeloos or smakeloost)

  1. tasteless (said of food and drink)
  2. (figuratively) obscene, vulgar, tasteless

InflectionEdit

Inflection of smakeloos
uninflected smakeloos
inflected smakeloze
comparative smakelozer
positive comparative superlative
predicative/adverbial smakeloos smakelozer het smakeloost
het smakelooste
indefinite m./f. sing. smakeloze smakelozere smakelooste
n. sing. smakeloos smakelozer smakelooste
plural smakeloze smakelozere smakelooste
definite smakeloze smakelozere smakelooste
partitive smakeloos smakelozers