terugwaarts

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From terug(back) +‎ -waarts(-wards).

AdverbEdit

terugwaarts

  1. backwards

AdjectiveEdit

terugwaarts ‎(not comparable)

  1. backward

InflectionEdit

Inflection of terugwaarts
uninflected terugwaarts
inflected terugwaartse
comparative
positive
predicative/adverbial terugwaarts
indefinite m./f. sing. terugwaartse
n. sing. terugwaarts
plural terugwaartse
definite terugwaartse
partitive terugwaarts

SynonymsEdit

AntonymsEdit

AdverbEdit

terugwaarts

  1. backwards

SynonymsEdit

AntonymsEdit