Open main menu

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)

AdjectiveEdit

uitstaand (not comparable)

  1. (money) outstanding, owing

InflectionEdit

Inflection of uitstaand
uninflected uitstaand
inflected uitstaande
comparative
positive
predicative/adverbial uitstaand
indefinite m./f. sing. uitstaande
n. sing. uitstaand
plural uitstaande
definite uitstaande
partitive uitstaands

ParticipleEdit

uitstaand

  1. present participle of uitstaan

InflectionEdit

Inflection of uitstaand
uninflected uitstaand
inflected uitstaande
comparative
positive
predicative/adverbial uitstaand
uitstaande
indefinite m./f. sing. uitstaande
n. sing. uitstaand
plural uitstaande
definite uitstaande
partitive uitstaands