uitvoerbaar

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

uitvoeren +‎ -baar

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

uitvoerbaar ‎(comparative uitvoerbaarder, superlative uitvoerbaarst)

  1. practicable (capable of being accomplished; feasible)

DeclensionEdit

Inflection of uitvoerbaar
uninflected uitvoerbaar
inflected uitvoerbare
comparative uitvoerbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial uitvoerbaar uitvoerbaarder het uitvoerbaarst
het uitvoerbaarste
indefinite m./f. sing. uitvoerbare uitvoerbaardere uitvoerbaarste
n. sing. uitvoerbaar uitvoerbaarder uitvoerbaarste
plural uitvoerbare uitvoerbaardere uitvoerbaarste
definite uitvoerbare uitvoerbaardere uitvoerbaarste
partitive uitvoerbaars uitvoerbaarders
Read in another language