voortschrijdend

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)

ParticipleEdit

voortschrijdend

  1. present participle of voortschrijden

DeclensionEdit

Inflection of voortschrijdend
uninflected voortschrijdend
inflected voortschrijdende
positive
predicative/adverbial voortschrijdend
voortschrijdende
indefinite m./f. sing. voortschrijdende
n. sing. voortschrijdend
plural voortschrijdende
definite voortschrijdende
partitive voortschrijdends