aangemoedigd

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)

ParticipleEdit

aangemoedigd

  1. past participle of aanmoedigen

DeclensionEdit

Inflection of aangemoedigd
uninflected aangemoedigd
inflected aangemoedigde
positive
predicative/adverbial aangemoedigd
indefinite m./f. sing. aangemoedigde
n. sing. aangemoedigd
plural aangemoedigde
definite aangemoedigde
partitive aangemoedigds