Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

afgevallen

  1. past participle of afvallen

DeclensionEdit

Inflection of afgevallen
uninflected afgevallen
inflected afgevallen
comparative
positive
predicative/adverbial afgevallen
indefinite m./f. sing. afgevallen
n. sing. afgevallen
plural afgevallen
definite afgevallen
partitive afgevallens