afwijkend

DutchEdit

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

afwijkend ‎(comparative afwijkender, superlative afwijkendst)

  1. deviating, differing

DeclensionEdit

Inflection of afwijkend
uninflected afwijkend
inflected afwijkende
comparative afwijkender
positive comparative superlative
predicative/adverbial afwijkend afwijkender het afwijkendst
het afwijkendste
indefinite m./f. sing. afwijkende afwijkendere afwijkendste
n. sing. afwijkend afwijkender afwijkendste
plural afwijkende afwijkendere afwijkendste
definite afwijkende afwijkendere afwijkendste
partitive afwijkends afwijkenders

ParticipleEdit

afwijkend

  1. present participle of afwijken

DeclensionEdit

Inflection of afwijkend
uninflected afwijkend
inflected afwijkende
comparative
positive
predicative/adverbial afwijkend
afwijkende
indefinite m./f. sing. afwijkende
n. sing. afwijkend
plural afwijkende
definite afwijkende
partitive afwijkends
Read in another language