baanbrekend

DutchEdit

EtymologyEdit

From baan (orbit) +‎ brekend (breaking).

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌbaːnˈbreː.kənt/
  • (file)
  • Hyphenation: baan‧bre‧kend

AdjectiveEdit

baanbrekend (not comparable)

  1. revolutionary, earthshaking (very innovative and important)

InflectionEdit

Inflection of baanbrekend
uninflected baanbrekend
inflected baanbrekende
comparative
positive
predicative/adverbial baanbrekend
indefinite m./f. sing. baanbrekende
n. sing. baanbrekend
plural baanbrekende
definite baanbrekende
partitive baanbrekends

Derived termsEdit