betaalbaar

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

betalen +‎ -baar

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

betaalbaar ‎(comparative betaalbaarder, superlative betaalbaarst)

  1. payable, affordable

DeclensionEdit

Inflection of betaalbaar
uninflected betaalbaar
inflected betaalbare
comparative betaalbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial betaalbaar betaalbaarder het betaalbaarst
het betaalbaarste
indefinite m./f. sing. betaalbare betaalbaardere betaalbaarste
n. sing. betaalbaar betaalbaarder betaalbaarste
plural betaalbare betaalbaardere betaalbaarste
definite betaalbare betaalbaardere betaalbaarste
partitive betaalbaars betaalbaarders
Read in another language