Dutch edit

Etymology edit

Compound of dag (day) +‎ ploeg (team, shift).

Pronunciation edit

  • IPA(key): /ˈdɑx.plux/
  • (file)
  • Hyphenation: dag‧ploeg

Noun edit

dagploeg m or f (plural dagploegen)

  1. (now Belgium) A dayshift.
  2. A team working a dayshift.
    De dagploeg begon 's ochtends om 7 uur met hun werkzaamheden.
    The day shift team started their work at 7 o'clock in the morning.
    De productie wordt in drie ploegen uitgevoerd: de dagploeg, de nachtploeg en de avondploeg.
    The production is carried out in three shifts: the day shift team, the night shift team, and the evening shift team.
    De medewerkers van de dagploeg zorgen ervoor dat de fabriek overdag operationeel is.
    The employees of the day shift team ensure that the factory is operational during the day.

Coordinate terms edit