deelwoordelijk

DutchEdit

EtymologyEdit

From deelwoord (participle) +‎ -e- +‎ -lijk.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌdeːlˈʋoːr.də.lək/
  • Hyphenation: deel‧woor‧de‧lijk

AdjectiveEdit

deelwoordelijk (not comparable)

  1. participial
    Synonym: participiaal

InflectionEdit

Inflection of deelwoordelijk
uninflected deelwoordelijk
inflected deelwoordelijke
comparative
positive
predicative/adverbial deelwoordelijk
indefinite m./f. sing. deelwoordelijke
n. sing. deelwoordelijk
plural deelwoordelijke
definite deelwoordelijke
partitive deelwoordelijks