Open main menu

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

  • IPA(key): [ˈdrʏ.kənt]
  • (file)

AdjectiveEdit

drukkend (comparative drukkender, superlative drukkendst)

  1. oppressive

InflectionEdit

Inflection of drukkend
uninflected drukkend
inflected drukkende
comparative drukkender
positive comparative superlative
predicative/adverbial drukkend drukkender het drukkendst
het drukkendste
indefinite m./f. sing. drukkende drukkendere drukkendste
n. sing. drukkend drukkender drukkendste
plural drukkende drukkendere drukkendste
definite drukkende drukkendere drukkendste
partitive drukkends drukkenders

ParticipleEdit

drukkend

  1. present participle of drukken

InflectionEdit

Inflection of drukkend
uninflected drukkend
inflected drukkende
comparative
positive
predicative/adverbial drukkend
drukkende
indefinite m./f. sing. drukkende
n. sing. drukkend
plural drukkende
definite drukkende
partitive drukkends