haalbaar

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

halen +‎ -baar

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

haalbaar ‎(comparative haalbaarder, superlative haalbaarst)

  1. feasible, achievable, accomplishable

DeclensionEdit

Inflection of haalbaar
uninflected haalbaar
inflected haalbare
comparative haalbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial haalbaar haalbaarder het haalbaarst
het haalbaarste
indefinite m./f. sing. haalbare haalbaardere haalbaarste
n. sing. haalbaar haalbaarder haalbaarste
plural haalbare haalbaardere haalbaarste
definite haalbare haalbaardere haalbaarste
partitive haalbaars haalbaarders
Read in another language