heetgebakerd

DutchEdit

EtymologyEdit

Univerbation of heet (hot(ly), adverb) +‎ gebakerd (swaddled).

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌɦeːt.xəˈbaː.kərt/
  • (file)
  • Hyphenation: heet‧ge‧ba‧kerd
  • Rhymes: -aːkərt

AdjectiveEdit

heetgebakerd (comparative heetgebakerder, superlative heetgebakerdst)

  1. hot-tempered, hotheaded

InflectionEdit

Inflection of heetgebakerd
uninflected heetgebakerd
inflected heetgebakerde
comparative heetgebakerder
positive comparative superlative
predicative/adverbial heetgebakerd heetgebakerder het heetgebakerdst
het heetgebakerdste
indefinite m./f. sing. heetgebakerde heetgebakerdere heetgebakerdste
n. sing. heetgebakerd heetgebakerder heetgebakerdste
plural heetgebakerde heetgebakerdere heetgebakerdste
definite heetgebakerde heetgebakerdere heetgebakerdste
partitive heetgebakerds heetgebakerders

Derived termsEdit