Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

invloed (influence) +‎ rijk (rich)

PronunciationEdit

  • (file)

AdjectiveEdit

invloedrijk (comparative invloedrijker, superlative invloedrijkst)

  1. influential

InflectionEdit

Inflection of invloedrijk
uninflected invloedrijk
inflected invloedrijke
comparative invloedrijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial invloedrijk invloedrijker het invloedrijkst
het invloedrijkste
indefinite m./f. sing. invloedrijke invloedrijkere invloedrijkste
n. sing. invloedrijk invloedrijker invloedrijkste
plural invloedrijke invloedrijkere invloedrijkste
definite invloedrijke invloedrijkere invloedrijkste
partitive invloedrijks invloedrijkers