ongeloofwaardig

DutchEdit

EtymologyEdit

From on- +‎ geloofwaardig.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌɔn.ɣə.loːfˈʋaːr.dəx/
  • (file)
  • Hyphenation: on‧ge‧loof‧waar‧dig
  • Rhymes: -aːrdəx

AdjectiveEdit

ongeloofwaardig (comparative ongeloofwaardiger, superlative ongeloofwaardigst)

  1. unbelievable, not credible

InflectionEdit

Inflection of ongeloofwaardig
uninflected ongeloofwaardig
inflected ongeloofwaardige
comparative ongeloofwaardiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial ongeloofwaardig ongeloofwaardiger het ongeloofwaardigst
het ongeloofwaardigste
indefinite m./f. sing. ongeloofwaardige ongeloofwaardigere ongeloofwaardigste
n. sing. ongeloofwaardig ongeloofwaardiger ongeloofwaardigste
plural ongeloofwaardige ongeloofwaardigere ongeloofwaardigste
definite ongeloofwaardige ongeloofwaardigere ongeloofwaardigste
partitive ongeloofwaardigs ongeloofwaardigers

Derived termsEdit