Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

EtymologyEdit

on- +‎ middellijk

AdjectiveEdit

onmiddellijk ‎(not comparable)

  1. immediate

InflectionEdit

Inflection of onmiddellijk
uninflected onmiddellijk
inflected onmiddellijke
comparative
positive
predicative/adverbial onmiddellijk
indefinite m./f. sing. onmiddellijke
n. sing. onmiddellijk
plural onmiddellijke
definite onmiddellijke
partitive onmiddellijks

AdverbEdit

onmiddellijk

  1. immediately

SynonymsEdit

Read in another language