Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From oost (east) +‎ -waarts (-wards).

PronunciationEdit

  • (file)

AdjectiveEdit

oostwaarts (comparative oostwaartser, superlative meest oostwaarts or oostwaartst)

  1. eastward, easterly

InflectionEdit

Inflection of oostwaarts
uninflected oostwaarts
inflected oostwaartse
comparative oostwaartser
positive comparative superlative
predicative/adverbial oostwaarts oostwaartser het oostwaartst
het oostwaartste
indefinite m./f. sing. oostwaartse oostwaartsere oostwaartste
n. sing. oostwaarts oostwaartser oostwaartste
plural oostwaartse oostwaartsere oostwaartste
definite oostwaartse oostwaartsere oostwaartste
partitive oostwaarts oostwaartsers

AdverbEdit

oostwaarts

  1. eastwards