opvallend

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

opvallend ‎(comparative opvallender, superlative opvallendst)

  1. striking, notable

DeclensionEdit

Inflection of opvallend
uninflected opvallend
inflected opvallende
comparative opvallender
positive comparative superlative
predicative/adverbial opvallend opvallender het opvallendst
het opvallendste
indefinite m./f. sing. opvallende opvallendere opvallendste
n. sing. opvallend opvallender opvallendste
plural opvallende opvallendere opvallendste
definite opvallende opvallendere opvallendste
partitive opvallends opvallenders

AntonymsEdit

Derived termsEdit

ParticipleEdit

opvallend

  1. present participle of opvallen

DeclensionEdit

Inflection of opvallend
uninflected opvallend
inflected opvallende
comparative
positive
predicative/adverbial opvallend
opvallende
indefinite m./f. sing. opvallende
n. sing. opvallend
plural opvallende
definite opvallende
partitive opvallends
Read in another language