plaatselijk

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

plaats +‎ -lijk

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

plaatselijk ‎(comparative plaatselijker, superlative plaatselijkst)

  1. local

DeclensionEdit

Inflection of plaatselijk
uninflected plaatselijk
inflected plaatselijke
comparative plaatselijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial plaatselijk plaatselijker het plaatselijkst
het plaatselijkste
indefinite m./f. sing. plaatselijke plaatselijkere plaatselijkste
n. sing. plaatselijk plaatselijker plaatselijkste
plural plaatselijke plaatselijkere plaatselijkste
definite plaatselijke plaatselijkere plaatselijkste
partitive plaatselijks plaatselijkers
Read in another language