prikkelbaar

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From prikkelen +‎ -baar.

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

prikkelbaar ‎(comparative prikkelbaarder, superlative prikkelbaarst)

  1. irritable

DeclensionEdit

Inflection of prikkelbaar
uninflected prikkelbaar
inflected prikkelbaare
comparative prikkelbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial prikkelbaar prikkelbaarder het prikkelbaarst
het prikkelbaarste
indefinite m./f. sing. prikkelbaare prikkelbaardere prikkelbaarste
n. sing. prikkelbaar prikkelbaarder prikkelbaarste
plural prikkelbaare prikkelbaardere prikkelbaarste
definite prikkelbaare prikkelbaardere prikkelbaarste
partitive prikkelbaars prikkelbaarders

Derived termsEdit

Read in another language