schappelijk

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

schappelijk ‎(comparative schappelijker, superlative schappelijkst)

  1. reasonable, fair (of people, remarks, prices etc)

DeclensionEdit

Inflection of schappelijk
uninflected schappelijk
inflected schappelijke
comparative schappelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial schappelijk schappelijker het schappelijkst
het schappelijkste
indefinite m./f. sing. schappelijke schappelijkere schappelijkste
n. sing. schappelijk schappelijker schappelijkste
plural schappelijke schappelijkere schappelijkste
definite schappelijke schappelijkere schappelijkste
partitive schappelijks schappelijkers

SynonymsEdit

Read in another language