stekend

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

stekend

  1. present participle of steken

DeclensionEdit

Inflection of stekend
uninflected stekend
inflected stekende
comparative
positive
predicative/adverbial stekend
stekende
indefinite m./f. sing. stekende
n. sing. stekend
plural stekende
definite stekende
partitive stekends
Read in another language