tegengehouden

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

tegengehouden

  1. past participle of tegenhouden

DeclensionEdit

Inflection of tegengehouden
uninflected tegengehouden
inflected tegengehouden
comparative
positive
predicative/adverbial tegengehouden
indefinite m./f. sing. tegengehouden
n. sing. tegengehouden
plural tegengehouden
definite tegengehouden
partitive tegengehoudens
Read in another language