Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From van +‎ uit.

PronunciationEdit

  • (file)
  • Rhymes: -œy̯t

PrepositionEdit

vanuit

  1. from (inside), (from) out of
    Vanuit mijn kamer kan ik alles goed zien.
    From (inside) my room I can see everything well.
    De radiozender zendt vanuit Hilversum.
    The radio transmitter transmits out of Hilversum.

AdverbEdit

vanuit

  1. (proscribed) Alternative spacing in certain forms of the phrasal verb uitgaan van.
    Ik ga er vanuit dat alles goed is. (standard: Ik ga ervan uit dat alles goed is.)
    I am assuming that everything is well.