Open main menu

Wiktionary β

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

ParticipleEdit

verrijkend

  1. present participle of verrijken

DeclensionEdit

Inflection of verrijkend
uninflected verrijkend
inflected verrijkende
comparative
positive
predicative/adverbial verrijkend
verrijkende
indefinite m./f. sing. verrijkende
n. sing. verrijkend
plural verrijkende
definite verrijkende
partitive verrijkends