voorwaardelijk

DutchEdit

EtymologyEdit

From Middle Dutch vorewaerdelijc. Equivalent to voorwaarde +‎ -lijk.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌvoːrˈʋaːr.də.lək/
  • (file)
  • Hyphenation: voor‧waar‧de‧lijk

AdjectiveEdit

voorwaardelijk (comparative voorwaardelijker, superlative voorwaardelijkst)

  1. conditional (depending on a condition)
    Synonym: conditioneel
  2. conditional (pertaining to a condition)
    Synonym: conditioneel
  3. (grammar) conditional (pertaining to a conditional mood or tense or another grammatical way to express contingency)
    Synonym: conditioneel

InflectionEdit

Inflection of voorwaardelijk
uninflected voorwaardelijk
inflected voorwaardelijke
comparative voorwaardelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial voorwaardelijk voorwaardelijker het voorwaardelijkst
het voorwaardelijkste
indefinite m./f. sing. voorwaardelijke voorwaardelijkere voorwaardelijkste
n. sing. voorwaardelijk voorwaardelijker voorwaardelijkste
plural voorwaardelijke voorwaardelijkere voorwaardelijkste
definite voorwaardelijke voorwaardelijkere voorwaardelijkste
partitive voorwaardelijks voorwaardelijkers

AntonymsEdit

Derived termsEdit