Open main menu

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

  • (file)

AdjectiveEdit

wenselijk (comparative wenselijker, superlative wenselijkst)

  1. desirable

InflectionEdit

Inflection of wenselijk
uninflected wenselijk
inflected wenselijke
comparative wenselijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial wenselijk wenselijker het wenselijkst
het wenselijkste
indefinite m./f. sing. wenselijke wenselijkere wenselijkste
n. sing. wenselijk wenselijker wenselijkste
plural wenselijke wenselijkere wenselijkste
definite wenselijke wenselijkere wenselijkste
partitive wenselijks wenselijkers