wetenschappelijk

DutchEdit

EtymologyEdit

From wetenschap (science) +‎ -lijk.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌʋeːtənˈsxɑpələk/
  • (file)
  • Hyphenation: we‧ten‧schap‧pe‧lijk

AdjectiveEdit

wetenschappelijk (comparative wetenschappelijker, superlative wetenschappelijkst)

  1. scientific (of or having to do with science)

InflectionEdit

Inflection of wetenschappelijk
uninflected wetenschappelijk
inflected wetenschappelijke
comparative wetenschappelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial wetenschappelijk wetenschappelijker het wetenschappelijkst
het wetenschappelijkste
indefinite m./f. sing. wetenschappelijke wetenschappelijkere wetenschappelijkste
n. sing. wetenschappelijk wetenschappelijker wetenschappelijkste
plural wetenschappelijke wetenschappelijkere wetenschappelijkste
definite wetenschappelijke wetenschappelijkere wetenschappelijkste
partitive wetenschappelijks wetenschappelijkers