DutchEdit

EtymologyEdit

From zelf- +‎ ingenomen.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌzɛlfˈɪŋ.ɣə.noː.mə(n)/
  • (file)
  • Hyphenation: zelf‧in‧ge‧no‧men

AdjectiveEdit

zelfingenomen (comparative zelfingenomener, superlative zelfingenomenst)

  1. self-complacent, self-satisfied, smug

InflectionEdit

Inflection of zelfingenomen
uninflected zelfingenomen
inflected zelfingenomen
comparative zelfingenomener
positive comparative superlative
predicative/adverbial zelfingenomen zelfingenomener het zelfingenomenst
het zelfingenomenste
indefinite m./f. sing. zelfingenomen zelfingenomener zelfingenomenste
n. sing. zelfingenomen zelfingenomener zelfingenomenste
plural zelfingenomen zelfingenomener zelfingenomenste
definite zelfingenomen zelfingenomener zelfingenomenste
partitive zelfingenomens zelfingenomeners

Derived termsEdit