aanstaand

DutchEdit

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

aanstaand ‎(not comparable)

  1. coming, next, future

DeclensionEdit

Inflection of aanstaand
uninflected aanstaand
inflected aanstaande
comparative
positive
predicative/adverbial aanstaand
indefinite m./f. sing. aanstaande
n. sing. aanstaand
plural aanstaande
definite aanstaande
partitive aanstaands
Read in another language