Open main menu

DutchEdit

EtymologyEdit

From afstand +‎ -e- +‎ -lijk.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌɑfˈstɑn.də.lək/
  • (file)
  • Hyphenation: af‧stan‧de‧lijk

AdjectiveEdit

afstandelijk (comparative afstandelijker, superlative afstandelijkst)

  1. standoffish, aloof, distant (cold, unfriendly)

InflectionEdit

Inflection of afstandelijk
uninflected afstandelijk
inflected afstandelijke
comparative afstandelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial afstandelijk afstandelijker het afstandelijkst
het afstandelijkste
indefinite m./f. sing. afstandelijke afstandelijkere afstandelijkste
n. sing. afstandelijk afstandelijker afstandelijkste
plural afstandelijke afstandelijkere afstandelijkste
definite afstandelijke afstandelijkere afstandelijkste
partitive afstandelijks afstandelijkers

Derived termsEdit