DutchEdit

EtymologyEdit

Borrowed from Middle French artificiel, from Latin artificiālis.

PronunciationEdit

  • (Netherlands) IPA(key): /ˌɑr.ti.fiˈʃeːl/
  • (Belgium) IPA(key): /ˌɑr.ti.fi.siˈeːl/, /ˌɑr.ti.fiˈsjeːl/
  • (file)
  • Hyphenation: ar‧ti‧fi‧ci‧eel
  • Rhymes: -eːl

AdjectiveEdit

artificieel (comparative artificiëler, superlative artificieelst)

  1. artificial, man-made

InflectionEdit

Inflection of artificieel
uninflected artificieel
inflected artificiële
comparative artificiëler
positive comparative superlative
predicative/adverbial artificieel artificiëler het artificieelst
het artificieelste
indefinite m./f. sing. artificiële artificiëlere artificieelste
n. sing. artificieel artificiëler artificieelste
plural artificiële artificiëlere artificieelste
definite artificiële artificiëlere artificieelste
partitive artificieels artificiëlers

SynonymsEdit

AntonymsEdit