bewerkelijk

DutchEdit

EtymologyEdit

From bewerken +‎ -e- +‎ -lijk.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /bəˈʋɛr.kə.lək/
  • (file)
  • Hyphenation: be‧wer‧ke‧lijk

AdjectiveEdit

bewerkelijk (comparative bewerkelijker, superlative bewerkelijkst)

  1. laborious

InflectionEdit

Inflection of bewerkelijk
uninflected bewerkelijk
inflected bewerkelijke
comparative bewerkelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial bewerkelijk bewerkelijker het bewerkelijkst
het bewerkelijkste
indefinite m./f. sing. bewerkelijke bewerkelijkere bewerkelijkste
n. sing. bewerkelijk bewerkelijker bewerkelijkste
plural bewerkelijke bewerkelijkere bewerkelijkste
definite bewerkelijke bewerkelijkere bewerkelijkste
partitive bewerkelijks bewerkelijkers

SynonymsEdit

Derived termsEdit