bloemrijk

DutchEdit

EtymologyEdit

Compound of bloem +‎ rijk.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˈblum.rɛi̯k/
  • (file)
  • Hyphenation: bloem‧rijk

AdjectiveEdit

bloemrijk (comparative bloemrijker, superlative bloemrijkst)

  1. having many flowers, flowery (in a literal sense)
    Synonym: bloemenrijk
  2. (figuratively) flowery, ornate, florid (lavishly decorated or elaborate)

InflectionEdit

Inflection of bloemrijk
uninflected bloemrijk
inflected bloemrijke
comparative bloemrijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial bloemrijk bloemrijker het bloemrijkst
het bloemrijkste
indefinite m./f. sing. bloemrijke bloemrijkere bloemrijkste
n. sing. bloemrijk bloemrijker bloemrijkste
plural bloemrijke bloemrijkere bloemrijkste
definite bloemrijke bloemrijkere bloemrijkste
partitive bloemrijks bloemrijkers

Derived termsEdit