evenwichtig

DutchEdit

EtymologyEdit

From evenwicht +‎ -ig.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˌeː.və(n)ˈʋɪx.təx/
  • (file)
  • Hyphenation: even‧wich‧tig

AdjectiveEdit

evenwichtig (comparative evenwichtiger, superlative evenwichtigst)

  1. (of things) balanced
  2. (of people) equanimous

InflectionEdit

Inflection of evenwichtig
uninflected evenwichtig
inflected evenwichtige
comparative evenwichtiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial evenwichtig evenwichtiger het evenwichtigst
het evenwichtigste
indefinite m./f. sing. evenwichtige evenwichtigere evenwichtigste
n. sing. evenwichtig evenwichtiger evenwichtigste
plural evenwichtige evenwichtigere evenwichtigste
definite evenwichtige evenwichtigere evenwichtigste
partitive evenwichtigs evenwichtigers

SynonymsEdit

Derived termsEdit