Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

EtymologyEdit

From gelijk +‎ tijd +‎ -ig.

AdjectiveEdit

gelijktijdig ‎(not comparable)

  1. simultaneous

InflectionEdit

Inflection of gelijktijdig
uninflected gelijktijdig
inflected gelijktijdige
comparative
positive
predicative/adverbial gelijktijdig
indefinite m./f. sing. gelijktijdige
n. sing. gelijktijdig
plural gelijktijdige
definite gelijktijdige
partitive gelijktijdigs

AdverbEdit

gelijktijdig

  1. simultaneously
    De chemische structuur van DNA, een dubbele helix, werd in 1953 ontdekt door Rosalind Franklin, die gelijktijdig met James D. Watson en Francis Crick aan het onderzoek werkte. — The chemical structure of DNA, a double helix, was discovered in 1953 by Rosalind Franklin, who worked doing research simultaneously with James D. Watson and Francis Crick.