persoonlijk

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

persoon +‎ -lijk

PronunciationEdit

AdjectiveEdit

persoonlijk ‎(comparative persoonlijker, superlative persoonlijkst)

  1. personal

DeclensionEdit

Inflection of persoonlijk
uninflected persoonlijk
inflected persoonlijke
comparative persoonlijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial persoonlijk persoonlijker het persoonlijkst
het persoonlijkste
indefinite m./f. sing. persoonlijke persoonlijkere persoonlijkste
n. sing. persoonlijk persoonlijker persoonlijkste
plural persoonlijke persoonlijkere persoonlijkste
definite persoonlijke persoonlijkere persoonlijkste
partitive persoonlijks persoonlijkers

Derived termsEdit

Read in another language