Dutch edit

Etymology edit

From staatkunde +‎ -ig.

Pronunciation edit

  • IPA(key): /ˌstaːtˈkʏn.dəx/
  • (file)
  • Hyphenation: staat‧kun‧dig
  • Rhymes: -ʏndəx

Adjective edit

staatkundig (comparative staatkundiger, superlative staatkundigst)

  1. political

Inflection edit

Declension of staatkundig
uninflected staatkundig
inflected staatkundige
comparative staatkundiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial staatkundig staatkundiger het staatkundigst
het staatkundigste
indefinite m./f. sing. staatkundige staatkundigere staatkundigste
n. sing. staatkundig staatkundiger staatkundigste
plural staatkundige staatkundigere staatkundigste
definite staatkundige staatkundigere staatkundigste
partitive staatkundigs staatkundigers

Adverb edit

staatkundig

  1. politically