tweevoetig

Contents

DutchEdit

PronunciationEdit

EtymologyEdit

twee ‎(two) +‎ voet ‎(foot) +‎ -ig.

AdjectiveEdit

tweevoetig ‎(comparative tweevoetiger, superlative tweevoetigst)

  1. (anatomy) bipedal, said about man and other bipeds creatures
  2. (about objects) supported by two legs
  3. (poetry) having two metric feet
  4. (not in speech) measuring two feet

InflectionEdit

Inflection of tweevoetig
uninflected tweevoetig
inflected tweevoetige
comparative tweevoetiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial tweevoetig tweevoetiger het tweevoetigst
het tweevoetigste
indefinite m./f. sing. tweevoetige tweevoetigere tweevoetigste
n. sing. tweevoetig tweevoetiger tweevoetigste
plural tweevoetige tweevoetigere tweevoetigste
definite tweevoetige tweevoetigere tweevoetigste
partitive tweevoetigs tweevoetigers

SynonymsEdit