verwerken

DutchEdit

EtymologyEdit

ver- +‎ werken ‎(work)

PronunciationEdit

VerbEdit

verwerken ‎(past singular verwerkte, past participle verwerkt)

  1. to process
    Wacht even tot ik de gegevens verwerkt heb.
    Wait a moment until I have processed the data.
  2. to assimilate, to cope with, to come to terms with
    De dood van je moeder is een groot verlies om te verwerken.
    The death of your mother is a big loss to cope with.

ConjugationEdit

Inflection of verwerken (weak, prefixed)
infinitive verwerken
past singular verwerkte
past participle verwerkt
infinitive verwerken
gerund verwerken n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verwerk verwerkte
2nd person sing. (jij) verwerkt verwerkte
2nd person sing. (u) verwerkt verwerkte
2nd person sing. (gij) verwerkt verwerkte
3rd person singular verwerkt verwerkte
plural verwerken verwerkten
subjunctive sing.1 verwerke verwerkte
subjunctive plur.1 verwerken verwerkten
imperative sing. verwerk
imperative plur.1 verwerkt
participles verwerkend verwerkt
1) Archaic.

Derived termsEdit

Read in another language