voltijds

DutchEdit

EtymologyEdit

From vol +‎ tijd +‎ -s, calque of English full-time.

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ˈvɔl.tɛi̯ts/
  • (file)
  • Hyphenation: vol‧tijds

AdjectiveEdit

voltijds (not comparable)

  1. full-time
    Synonym: fulltime

InflectionEdit

Inflection of voltijds
uninflected voltijds
inflected voltijdse
comparative
positive
predicative/adverbial voltijds
indefinite m./f. sing. voltijdse
n. sing. voltijds
plural voltijdse
definite voltijdse
partitive voltijds

Related termsEdit