Open main menu

Contents

DutchEdit

EtymologyEdit

From west (west) +‎ -waarts (-wards).

PronunciationEdit

  • (file)

AdjectiveEdit

westwaarts (comparative westwaartser, superlative meest westwaarts or westwaartst)

  1. westward, westerly

InflectionEdit

Inflection of westwaarts
uninflected westwaarts
inflected westwaartse
comparative westwaartser
positive comparative superlative
predicative/adverbial westwaarts westwaartser het westwaartst
het westwaartste
indefinite m./f. sing. westwaartse westwaartsere westwaartste
n. sing. westwaarts westwaartser westwaartste
plural westwaartse westwaartsere westwaartste
definite westwaartse westwaartsere westwaartste
partitive westwaarts westwaartsers

AdverbEdit

westwaarts

  1. westwards