Hongaars

DutchEdit

PronunciationEdit

  • IPA(key): /ɦɔŋˈɣaːrs/
  • (file)
  • Rhymes: -aːrs

AdjectiveEdit

Hongaars (comparative Hongaarser, superlative meest Hongaars or Hongaarst)

  1. Hungarian

InflectionEdit

Inflection of Hongaars
uninflected Hongaars
inflected Hongaarse
comparative Hongaarser
positive comparative superlative
predicative/adverbial Hongaars Hongaarser het Hongaarst
het Hongaarste
indefinite m./f. sing. Hongaarse Hongaarsere Hongaarste
n. sing. Hongaars Hongaarser Hongaarste
plural Hongaarse Hongaarsere Hongaarste
definite Hongaarse Hongaarsere Hongaarste
partitive Hongaars Hongaarsers

Proper nounEdit

Hongaars n

  1. Hungarian (language)

Related termsEdit